Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Het kaakbot van Kaïn of de nagel aan mijn doodskist?

Een boek van honderd pagina's, enkelzijdig gedrukt, beginnend met een hoofdletter en eindigend met een punt. Toen ik Cain's Jawbone zag liggen in de winkel kon ik mezelf niet bedwingen. "Ah jij gaat ook eens proberen?" zei de verkoper nog en ik lachte. Groen, merk ik nu, want er zijn slechts vier mensen in de hele wereld die echt weten hoe de literaire puzzel binnen deze mooie kaft in elkaar past. Er zijn doden gevallen. Dat staat op de achterflap. En als je alle honderd pagina's in de juiste volgorde kan leggen, weet je ook wie. De volgorde bepalen, doe je door te lezen en nog eens te lezen en nog eens te lezen, en tegenwoordig ook Reddit te consulteren, zo blijkt. Want vandaag de dag zoek je niet meer alleen in de bibliotheek, zoals in 1934. Vandaag de dag werk je samen in de metaverse om de schalkse verwijzingen naar dodelijke dessertjes en veelvoudige vertellers te ontrafelen. En toch sta ik na uren werk slechts tien pagina's verder.   Het doet iets met je...
Recente posts

Journalisten, de strontvliegen van de democratie

Ik weet eigenlijk niet waarom ik journalistiek ben gaan studeren. Doorgaans vind ik journalisten vervelende mensen. Achteloos bellen ze een moeder dezelfde avond dat haar dochter vermoord werd, schrijven ze over geplande politie-invallen om zo een jarenlang onderzoek te verstoren en vliegen ze als aasgieren op elke verspreking die een politicus maakt om toch maar nieuwe sensatie te genereren. Hun verdienmodel lijkt soms wel compleet geënt op het vinden – of creëren – van slecht nieuws. Journalisten zijn als een bende strontvliegen die naar eender welk stukje stront worden gezogen en er voor geen geld zijn af te slaan. Natuurlijk niet, want daarmee verdienen ze hun brood… Ik erger me dan ook mateloos aan mijn overijverige medestudenten die altijd vooraan gaan zitten in de aula en denken dat ze later met een simpel artikeltje de wereld kunnen veranderen. Bzzz … Verschrikkelijk. "Wat doe ik hier?" sla ik mezelf bijna dagelijks om de oren. Maar dan lees ik in D...

Wapens, smartphones en oranje gedrochten

2026 is het jaar van het paard. En als we naar de Verenigde Staten kijken, lijkt dat veeleer een hengstige vosse merrie met een stevig attitudeprobleem te zijn. Wat daar sinds januari allemaal gebeurt, tart de verbeelding, of eerder de geschiedenis, en wordt hallucinanter met de dag. Eerst Renee Good, die, volgens berichtgeving van de nog-net-niet-impeachte Noem, haar auto in een wapen veranderde en het uiteraard volledig verdiende om door de zijkant (?!) van haar hoofd geschoten te worden. Dan een kindje met een blauwe muts - die weliswaar erg op een rood jasje bleek te lijken - dat als lokaas wordt gebruikt omdat dat nu net even handig is en kinderen totaal niet gevoelig zijn voor trauma's. En nu een witte, Amerikaanse verpleger wiens smartphone duidelijk verward kon worden met een semi-automatisch geweer, toch?  Maar vergis u niet, hoewel ik stevig kan vloeken op mijn vosse merrie hierachter in de wei, de schuld ligt niet bij een paard met een oranjekleurige vacht deze keer. Nee...

Reizigers van de derde klas

Ik sta in het station te wachten op de trein richting Brussel. De vorige trein is twintig minuten te laat, dus iedereen van spoor elf komt gezellig mee op spoor twaalf staan. Als mijn trein dan eindelijk komt aangereden met piepende remmen, drukt de menigte mij gestaag richting de rand van het perron. Ik heb hoop. Het is een dubbeldektrein. Misschien is er nog... Nee, de trein zit al tsjokvol. En mij kennende, verdwijn ik steeds verder naar achter in de rij om op te stappen. Wanneer ik dan eindelijk de trein op geraak, is er nergens nog plaats. Iedereen zit en staat op elkaar gepropt als sardienen in een zuurstofarm blik. Nog één halte en dan staan we in eigen nat, denk ik nog.  Ik wou graag een stoel om mijn boek te lezen, aantekeningen te maken, een tekst te schrijven, maar die plek heb ik niet. Zo stabiel sta ik ook niet en ik weiger als bowlingkegel de hele rij naar de grond te bewegen. Dus sta ik daar maar, in het tussenstuk van de trein. En daar komt de conducteur. Ook hij ge...

De Epstein files, gecensureerd

De Epstein files zijn officieel openbaar. Feest, zou je denken. Maar we kunnen er eigenlijk helemaal niets mee, want ze zijn vrijwel integraal gecensureerd. Volgens de wet mag dat, om kwetsbare getuigen en slachtoffers te beschermen. Wie de Trump regering hier als slachtoffer ziet, is echter niet helemaal duidelijk. Toen ze de release van de files goedkeurden, hadden ze dit ongetwijfeld al achter de hand. Waarom anders zou Trump plots zo van gedachte veranderd zijn enkele weken geleden?                 Uiteraard doet de regering Trump niets deftig. Zoals toen Hegseth een journalist toevoegde aan een besloten chat over plannen voor bombardementen, worden nu en dan enkele bestanden die eerst openbaar waren weer van het internet afgehaald. DPA kwam er al snel achter dat het toevallig ging over foto's waar Trump op staat . Op zich leren we daar evenveel van als van de gehele leesbare inhoud van de files zelf. Wan...

Voor Stijn. Wat is er standaard aan standaardtaal?

Moeten we nog Algemeen Nederlands, of standaardtaal, spreken? En zijn dialecten dan minderwaardig? Op oudjaar staat die discussie ongetwijfeld op de planning. Eerst moest ik dan maar eens goed nadenken wat ik er zelf nu echt van vind. Want laatst schreef ik zelf nog dat journalisten de Nederlandse standaardtaal zouden moeten beheersen omdat het veld dat nu eenmaal verwacht. Maar ook daar vinden verschuivingen plaats, dus waarom zou ik daar geen deel van mogen uitmaken? Hier oefen ik alvast even mijn argumenten, voor ik met een cava te veel op geen woord standaardtaal meer kan uitspreken.  Eerst en vooral vind ik standaardtaal een verschrikkelijk woord – minder verschrikkelijk dan Algemeen Beschaafd Nederlands, uiteraard, maar toch. Waarom doen we alsof een gefabriceerd taaltje, dat de elite nodig heeft om zich te onderscheiden van het gepeupel, de 'standaard' is? Ik ken bijna niemand die in het dagelijks leven, thuis of op de werkvloer, Standaardnederlands gebruikt als lingua...

Op zoek naar antwoorden, niet naar Marlotte

Marlotte bestaat niet. Dat weten we al in de eerste minuten van de Zembla-podcast 'Op zoek naar Marlotte'. In de podcast zoekt Lizzy Diercks uit wie Marlotte is, een meisje waarmee een medewerkster van De Kindertelefoon drie jaar lang contact had terwijl ze wegkwijnde in een eenzame ziekenhuiskamer. Het verhaal neemt gekke, schijnbaar onverklaarbare bochten tot Diercks bij de enige logische conclusie uitkomt: Marlotte is niet echt. Dat is ze nooit geweest. Maar met wie heeft Annika van De Kindertelefoon dan al die tijd gesproken? Hoewel ik in de eerste minuten eigenlijk al weet hoe het verhaal eindigt, luister ik gedwee verder, want ik heb nog zoveel vragen. Hoe ik die ervaring in vijf afleveringen beleefde, lees je hier. Een zachte, aangename stem en een spannende soundtrack zijn alles wat deze podcast nodig heeft om een beklijvend onderzoek uit de doeken te doen. Ik kon mijn telefoon haast niet meer wegleggen om te eten, zo hard verlangde ik meer te weten over de zaak Marlott...