Ik weet eigenlijk niet
waarom ik journalistiek ben gaan studeren. Doorgaans vind ik journalisten vervelende mensen. Achteloos bellen ze een moeder dezelfde
avond dat haar dochter vermoord werd, schrijven
ze over geplande politie-invallen om zo een jarenlang onderzoek te
verstoren en vliegen ze als aasgieren op elke verspreking die een politicus maakt om toch maar nieuwe
sensatie te genereren. Hun verdienmodel lijkt soms wel compleet geënt op het vinden
– of creëren – van slecht nieuws. Journalisten zijn als een bende
strontvliegen die naar eender welk stukje stront worden gezogen en er voor geen geld zijn af te slaan. Natuurlijk niet, want daarmee verdienen ze hun brood…
Ik erger me dan ook mateloos aan mijn
overijverige medestudenten die altijd vooraan gaan zitten in de aula en denken
dat ze later met een simpel artikeltje de wereld kunnen veranderen. Bzzz… Verschrikkelijk. "Wat doe ik
hier?" sla ik mezelf bijna dagelijks om de oren.
Maar dan lees ik in De
Standaard (want als gecultiveerd mens lees ik het nieuws wel regelmatig,
natuurlijk) hoe journalisten het Pentagon niet meer binnen mogen als ze de foute
dingen schrijven en worden weggezet als hoax zodra ze enige kritiek op
het regime uiten. En niet alleen daar. Het gebeurt meer en meer en verspreidt zich als een virus
over de hele wereld. Ik voel de hete adem van “fake news!” al snel in
mijn nek wanneer ik de Facebookreacties op controversiële – en zelfs minder
controversiële – nieuwsartikels lees.
En als ik er dan zo even over
nadenk, voel ik me toch gedwongen toe te geven dat uit de mest, waarop onze met-pen-en-papier-gewapende
strontvliegen zich storten, ook mijn lekkere aardbeien groeiden deze zomer. Die
zijn echt een stuk voller van smaak dan die uit de watercultuur in de
supermarkt. Zo zijn ook democratieën met gerespecteerde journalisten, die de
fundamenten van de staat met een goede portie kak in ere houden, een stuk
zoeter dan die zonder.
Als ik me daarvan weer even kan
overtuigen, neem ik mijn vieze, stoffige laarzen en waad ik met plezier naar de
campus. Dan weet ik weer waarom ik journaliste wil worden. En zoals mijn
favoriete hoorspel van het Geluidshuis me jaren geleden al vertelde: ook
strontvliegen kunnen echte helden zijn! Want geef toe, “Aangenaam, ik
ben een Scathophaga stercoraria,” klinkt toch zo slecht nog niet?
Reacties
Een reactie posten