Doorgaan naar hoofdcontent

Ik kijk niet naar Eurovision

Eurovision, wat doorgaans een verbindende periode in het jaar hoort te zijn vol muziek van meer of mindere kwaliteit, is nu een bron van afgunst en onenigheid. EBU vindt dat Israël, in tegenstelling tot Rusland, gewoon kan meedoen met het Eurovisiesongfestival terwijl Netanyahu gelijktijdig, in wat een staakt-het-vuren zou moeten zijn, doorgaat met het doden van Palestijnen en het koloniseren van de Westelijke Jordaanoever. Wat een geluk dat ik nog nooit heb gekeken naar die show. Dan heb ik nu een extra excuus om die trend in ere te houden.

Dat de oorlogszucht van Israël zelfs een muziekwedstrijd kon verpesten, had iedereen van mijlenver zien aankomen, maar toch verbazen Spanje, Nederland, Slovenië en Ierland wanneer ze effectief aankondigen niet deel te nemen aan de wedstrijd dit jaar. Eindelijk wat zwarte schapen in een Europa van witwassen en spreken met twee woorden. Maar uiteraard blijft België weer hopeloos achteraanhinken. Dat doen we immers in zowat alles tegenwoordig.

Het grootste argument om dit two-faced spel mee te blijven spelen, bestaat eruit dat muziek en politiek losstaan van elkaar. Die zangers hebben toch niets misdaan? Dat klopt. Toch, muziek heeft dan misschien weinig te maken met oorlog en politiek, het gebaar van EBU om Israël even buitenspel te zetten, zou al veel waard zijn. Net als in het geval van Rusland. Een symbolische veroordeling voor al het verderf dat zij promoten, allemaal voor een soort goddelijke belofte dat zij een stuk land mogen hebben, want wees nu eerlijk, 7 oktober 2023 is al meer dan 2 jaar geleden. Hoelang moet wraak blijven duren?

"Wat in de politiek niet lukt, kan misschien wel in de muziek?", dacht ik nog. Maar plots zijn politiek en muziek meer verbonden dan ooit en kijken we wederom doelloos naar elkaar tot de eerste durft zeggen dat duizenden mensen doden niet door de beugel kan. Meer nog, we dansen rond de problemen met Israel als ware het een kleuter die "gewoon even in de nee-fase zit." Maar ook kleuters moeten af en toe terechtgewezen worden. En hoe langer je errond blijft dansen, hoe erger het uit de hand dreigt te lopen. Maar wat doen wij er weer mee? We zetten Israël op een podium en dansen er nogmaals omheen, vrij letterlijk deze keer... De ironie voorbij. 

Volgens mij is het eigenlijk simpel: Ofwel zoekt Israël haar entertainment in een jolige muziekwedstrijd, ofwel in het door-een-verrekijker aanschouwen van kinderen die worden platgebombardeerd. Niet allebei. En zolang wij applaudisseren voor het één, doen we dat ook voor het ander.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Wicked: For Good, Hoog in de bubbel of plat onder een huis?

[MILD SPOILERS] N a een jaar getormenteerd wachten – wel, dat viel best mee eigenlijk, want zoals velen ben ik al wel eens op West End geweest – kon ik eindelijk het tweede deel van Wicked gaan kijken; For Good zoals de film geheten is op de poster. Na hun mooie studententijd komen Elphaba en Galinda nu in de echte wereld terecht, die niet zo heldergroen blijkt als ze beiden hadden gehoopt. Hoewel ik bij Deel 1 met plezier je kind, kleinkind, nichtje en neefje had meegevraagd naar de vertoning, zou ik ze nu toch maar even thuis laten als de oppas twee uur tijd kan vrijmaken... Deel 1 was eerder gemiddeld in haar luchtigheid, maar of Deel 2 mijn eeuwige twijfels over een Wicked -verfilming ook echt For Good heeft kunnen sussen, dat kom je hier te weten. De film begint met het Universal Logo in een opvallend historische stijl. Zoals Harry Truman de atoombom op Hiroshima beschrijft, horen we Madame Morrible (of zoals Michelle Yeoh ons pijnlijk vaak op de neus drukt: de enige echte Wic...

Frans in de master journalistiek? Quelle horreur!

Zoals je in het bijschrift van mijn blog kan lezen, studeer ik journalistiek. Ik doe dat aan de KU Leuven, samen met zo een honderdtal recent afgestudeerde bachelors en masters uit een breed scala aan studierichtingen. In slechts één jaar worden we allemaal klaargestoomd om succesvolle, of minder succesvolle, journalisten te worden. We leren veel: journalistiek schrijven, factchecken, onderzoeken, interviewen... Maar één ding leren we niet: Frans. En dat verbaast mij wel een beetje. KU Leuven is een Vlaamse universiteit. Daarom ligt de focus heel erg op de beheersing van het Nederlands en het correct gebruik ervan. We leren Nederlandse taalbeheersing, schriftelijk en mondeling (voor zover dat nog niet deel was van onze skillset), onze artikels worden in het Nederlands geschreven, ja, zelfs onze masterthesis zou idealiter in het Nederlands opgetrokken worden. Aan dat laatste houd ik me niet. De academische lingua franca is namelijk het Engels en hoezeer ik ook het debat rond de vereng...