Moeten
we nog Algemeen Nederlands, of standaardtaal, spreken? En zijn dialecten dan
minderwaardig? Op oudjaar staat die discussie ongetwijfeld op de planning.
Eerst moest ik dan maar eens goed nadenken wat ik er zelf nu echt van vind.
Want laatst schreef ik zelf nog dat journalisten de Nederlandse standaardtaal
zouden moeten beheersen omdat het veld dat nu eenmaal verwacht. Maar ook daar
vinden verschuivingen plaats, dus waarom zou ik daar geen deel van mogen
uitmaken? Hier oefen ik alvast even mijn argumenten, voor ik met een cava te
veel op geen woord standaardtaal meer kan uitspreken.
Eerst
en vooral vind ik standaardtaal een verschrikkelijk woord – minder verschrikkelijk
dan Algemeen Beschaafd Nederlands, uiteraard, maar toch. Waarom doen we alsof
een gefabriceerd taaltje, dat de elite nodig heeft om zich te onderscheiden van
het gepeupel, de 'standaard' is? Ik ken bijna niemand die in het dagelijks
leven, thuis of op de werkvloer, Standaardnederlands gebruikt als lingua
franca. Af en toe steekt het weleens de kop op, in de les Algemene Verbale
Vorming, of bij een belangrijke presentatie, maar verder geeft het gebruik
ervan ons eerder een misplaatst gevoel van afstand en niveauverschil.
Is
onze moderne maatschappij er niet één van nabijheid en gelijkheid? Misschien
niet. Gezien de huidige terugval van het toegankelijke Calibri naar het
autoritaire Times New Roman in Amerika is gelijkheid en nabijheid tegenwoordig
ver te zoeken. (Al moet ik toegeven dat ik die laatste wel mooier vind. Dat is
dan ook het enige waar ik het met Trump over eens ben.)
Hoewel
de meeste mensen waarschijnlijk trots zijn op hun unieke accent en hun
bereikbaarheid voor een gewone conversatie aan het koffieapparaat, blijft de
standaardtaal tegen wil en dank een prominente norm op de televisie of de
radio. Niet in fictieseries, natuurlijk. Daar horen we maar al te graag het
West-Vlaams of het Limburgs terugkomen in al hun glorie. Dialecten zijn immers
van levensbelang voor onze taalkundige identiteit. Het nieuws, echter... dat, lieve
kinderen, dat is een heel ander verhaal.
Geertje
Slangen, taalraadsvrouw bij VRT, staaft het gebruik van standaardtaal in het
nieuws als volgt: "Ons doel? Iedereen bereiken. Dit lukt het best via
Standaardnederlands, want dat is ook verstaanbaar en toegankelijk voor mensen
die het Nederlands minder machtig zijn."[1] Standaardtaal wordt op die
manier een soort middenveld voor iedereen, of je nu geen 'h' kan zeggen of de
'a' en de 'a' niet van elkaar kan onderscheiden. Op zich kan ik dat wel
begrijpen.
Ik
zie de standaardtaal daarom voornamelijk als een soort galakleed dat je bijna
het hele jaar door in je kast laat hangen, maar toch niet kan weggooien. “Wie
weet komt er nog eens een heel chique feest waar ik het kan aandoen,” denk je
elke keer als je ziet hoeveel plek het inneemt in je kast. Ik herken mezelf
hier heel erg in. Ik wil de standaardtaal graag beheersen, hoewel ik weet dat
ik ze waarschijnlijk maar heel zelden nodig zal hebben. Ik overschat nogal vaak
de frequentie waarmee ik uitgenodigd word op een chique feest. Bovendien,
standaardtaal in de foute context bovenhalen, voelt net zo overdressed
als met een galakleed naar je werk gaan en net zo vermoeiend als met een
galakleed de Ten Miles lopen. En ik loop de Ten Miles sowieso al niet.
Ik
blijf dus, misschien grotendeels nodeloos, vasthouden aan de beheersing van de
Nederlandse standaardtaal. Het getuigt immers van flexibiliteit als je voor elke
gelegenheid de gepaste outfit en het gepaste accent kan gebruiken. Maar
evengoed kan ik begrip opbrengen voor zij die hun galakleed toch op Vinted
durven verkopen en bewust meer plaats maken voor jeansbroeken in hun kast. Want
alles draait om inhoud, de inhoud van je kast.
[1] https://www.vrt.be/nl/over-ons/het-abc-van-vrt/het-abc-van-vrt-met-de-t-van-taal-standaardnederlands-de-beste-taal-om-echt-iedereen-te-bereiken
Reacties
Een reactie posten